Feyenoord 0 - 0 FC Utrecht

PTT Telecompetitie

20e Speelronde

Zondag 07-02-1993

Stadion: De Kuip, Rotterdam

Toeschouwers: 24.283

Scheidsrechter
Jef van Vliet

Wedstrijddetails

Trainer

Ab Fafié

Opstelling

1. Jan Willem van Ede

2. Bert Aipassa🟨

3. Ab Plugboer

4. Johan de Kock

5. Jan Oosterhuis

6. Erik van der Meer

7. Marcel van der Net

8. Robert Roest🟨

9. Ferdi Vierklau🟨

10. Pieter Bijl

11. Wlodi Smolarek🔻85.

Reservebank

12. Willem van der Ark🔼85.

Ranglijst

No Club Wed Punt
1 Ajax 20 30
2 PSV 20 30
3 Feyenoord 20 29
4 MVV 20 28
5 Twente 20 27
6 Utrecht 20 25
7 Vitesse 20 24
8 Volendam 20 22
9 RKC 20 20
10 Willem II 20 18
11 Groningen 20 17
12 Go Ahead 20 17
13 Sparta 20 16
14 Roda JC 20 15
15 Cambuur 20 14
16 Den Bosch 20 10
17 Fortuna 20 10
18 Dordrecht 20 8

Wedstrijdverslag:

Feyenoord prolongeerde een slechte gewoonte. Voor het derde achtereenvolgende jaar pinde FC Utrecht de Rotterdammers in de Kuip wat al te simpel vast aan 0-0. „We kwamen hier voor een punt. We hebben het dan ook goed gedaan”, concludeerde Johan de Koek, aanvoerder van de bezoekende partij. Met het gelijke spel, het zevende reeds van het seizoen op een totaal van twintig wedstrijden, trok Feyenoord bovendien de balans tussen thuis en uit weer wat schever. Buiten Rotterdam vergaarde het inmiddels vijftien punten uit negen duels (zes overwinningen, drie remises, nul nederlagen). In het eigen stadion scoorde het duidelijk minder: veertien punten uit elf beurten (vijf zeges, viermaal gelijk, twee keer verlies). „Ik vraag me het ook wel eens af waar dat nu aan ligt”, zo kon trainer Geert Meijer niet direct een antwoord oplepelen.

Tegen FC Utrecht verzuimde Feyenoord, net als tegen FC Twente (1-1), het overwicht in de eerste twintig minuten te bekronen met een treffer. Dat brak het daarna op. „Op het juiste moment lukt het ons niet doelpunten te maken”, stipte Meijer de kwaal aan van de laatste weken. „Het was een vervelende wedstrijd. We hebben het Utrecht wel erg gemakkelijk gemaakt”, mokte John van Loen, tien minuten voor het einde ingeruild tegen Mike Obiku. Tegen zijn oude club peuterde de rijzige spits slechts één kans (je) los. Kort voor rust ontrukte hij zich voor de eerste en laatste keer aan de knellende dekking van Johan de Koek. De kopbal vloog evenwel rakelings naast. „Net als tegen Fortuna Sittard was ik slecht. Ik zorg voor te weinig dreiging. Op de training gaat het perfect, maar in de wedstrijden zal ik me meer moeten laten gelden”, bekende Van Loen, na zijn (twee) vlotte doelpunten tegen Roda JC en FC Groningen alweer drie duels improductief. Anders dan tegen Fortuna Sittard achtervolgde het legioen Van Loen niet met de roep om (de overigens geblesseerde) Joszef Kiprich.

Even scandeerde een deel van de tribunes de naam van Obiku, die zich op dat moment warmliep voor de wissel. „Ik wil gewoon te veel doen. Ik speel daardoor te ver van het doel af. Ik moet meer voorin blijven staan, wachten op die ene beslissende kans. Ik heb de neiging me in te laten zakken of naar de zijkanten uit te waaieren”, aldus de (zelf) kritiek van Van Loen. „Dat zeggen we bijna dagelijks tegen hem. Hij hoeft niet zoveel te doen. Maar hij wil zich graag bewijzen”, zo nam Willem van Hanegem het op voor de nog niet geacclimatiseerde aanvaller. Tegen FC Utrecht had de trainer hem voor alles gewaarschuwd geen privé-oorlog uit te vechten met De Koek. In een krant had hij zijn vroegere collega immers enigszins beschimpt. „Hij heeft me naar beneden gehaald. Dat is typerend voor zijn intelligentie en wat minder voor mijn spel. Ik heb het in mijn achterhoofd meegenomen, naar in de wedstrijd was ik er niet mee bezig”, vertelde De Koek, opnieuw uitblinker n een uiterst solide defensie, na afloop. „Ik heb niet extra op hem gelet. Dat zou me alleen naar hebben afgeleid”, meldde Van Loen, die wel iegelijk beïnvloed leek door iet klemmende verzoek van de technische staf 'zich gedeisd te houden’. Want bij Feyenoord-FC Utrecht wemelde het van de overtredingen: 22 (15-7) van de huisclub, 28 (15-13) van de bezoeker. Van die soms kribbige sfeer distantieerde van Loen zich zichtbaar, waarmee hij in elk geval de bijkomende opdracht naar behoren uitvoerde. „Maar ik ben al een tijdje rustig.” Met de rem aan kreeg de beuker van weleer ook geen enkele beweging in de (dreigende) 0-0. „Van Loen had het in mentaal opzicht al niet gemakkelijk. In elke wedstrijd heeft hij iemand in zijn nek hangen. Met Obiku hoopten we De Kock te verrassen. Hij had zich helemaal ingesteld op Van Loen; daarom wilden we dat wel eens zien met Obiku”, verklaarde Van Hanegem de mutatie, die De Koek noch FC Utrecht kon verontrusten. „Het was een ideale wedstrijd voor ons. Wij konden ons uitsluitend toeleggen op de counter. Dat zijn we op ons sterkst. En zelf zijn we niet in de problemen gekomen”, memoreerde De Koek.

Na de nederlagen tegen FC Den Bosch en MVV wenste FC Utrecht in de Kuip hoe dan ook een derde verlies op rij te verhinderen. Voor de pauze, redelijk aantrekkelijk als schouwspel, kroop het nog wel uit zijn schulp; in het saaie en slechte vervolg neutraliseerde het puur de povere pogingen van Feyenoord. „Het was weer veel te veel hots-knots’ voetbal. Maar wat Utrecht deed, was wel erg negatief. Ik snap zo’n trainer niet. Utrecht kan erg goed verdedigen, maar veel beter aanvallen dan het nu heeft laten zien. In mijn periode bij Utrecht zou dit niet mogelijk zijn geweest. Het is toch doodzonde. Utrecht pakt veel punten, maar voor de supporters valt er niet veel te genieten", zo bejegende Van Loen de taaie tegenstander na de ontmoeting bepaald agressiever dan gedurende zijn tachtig minuten in het veld.


Gallerij: