Feyenoord 0 - 1 Ajax

PTT Telecompetitie

28e Speelronde
Zondag 05-04-1998
Stadion: De Kuip, Rotterdam
Toeschouwers: 42.100

Scheidsrechter
Dick Jol

Wedstrijddetails

74': ⚽0-1 Ronald de Boer

Trainer

Morten Olsen

Opstelling

1. Edwin van der Sar
2. Mario Melchiot
3. Danny Blind
4. Frank de Boer
5. Tom Sier🟨
6. Ronald de Boer⚽
7. Richard Witschge
8. Peter Hoekstra🔻46.
9. Shota Arveladze
10. Jari Litmanen
11. Michael Laudrup🟨🔻70.
Reservebank
12. Tijjani Babangida🔼46.
13. Benni McCarthy🔼70.


Wedstrijdverslag:

Door de jaren heen verwierven de duels tussen Feyenoord en Ajax (gisteren werd het 0-1) het predikaat klassieker. Het is niet anders. PSV kan investeren wat het wil, Vitesse kan bouwen wat het wil, hun duels met Rotterdam en Amsterdam kunnen eenvoudigweg niet zo beladen zijn als die tussen de hoofdstad en de havenstad. Deze in de historie verankerde voorsprong is niet in te halen. Want het imago van alle Feyenoord-Ajax en is immers ontstaan onder omstandigheden die er nooit meer zullen zijn. Animositeit maakte plaats voor een intens gemene stammenstrijd. Het is jammer dat de klassieker het' inmiddels van deze verkeerde soort allure moet hebben. Waren er de demonische omstandigheden van gisteravond niet geweest in de Kuip, wat was er dan overgebleven van de schrale winst van Ajax? Een bleke partij, maar wél een waarin Feyenoord Ajax beter partij bood dan recent te doen gebruikelijk was. Die conclusie valt helaas in het niet bij de collectieve normvervaging waaraan het stadionpubliek, zowel in Rotterdam als Amsterdam, ten prooi is gevallen. Randverschijnselen bepalen de sfeer van de klassieker. Of er nu geen supporters van de uitspelende ploeg, zoals gisteren, bij zijn of wel, het maakt niks uit. Bij Feyenoord-Ajax gaat het minder om voetbal en meer om een variant op een stammenoorlog. Is het normaal dat meer dan de helft van de stadionbezoekers de moeder van één bepaalde speler voor een hoer uitmaakt? Is het normaal dat een ongeveer even groot contingent roept dat joden aan het gas moeten en vervolgens  massaal tot sissen overgaat? Het is niet eens een nieuw verschijnsel. Maar had de KNVB niet gezegd dat er tegen deze vorm van afwijkend gedrag zou worden opgetreden? Er is nauwelijks tegen op te treden, maar dan moeten bestuurders ook hun doorzichtige spierballentaal achterwege laten in de aanloop naar alweer een Feyenoord-Ajax. Stomtoevallig voorzag ook het ; weer de ‘topper’ van een boosaardig decor. Ruim 20 minuten voor tijd ranselden forse hagelstenen ; het tribunedak, zette een regenbui het veld even blank en noopten donder en bliksem scheidsrechter Jol tot een hele korte pauze. Gek genoeg besloot hij binnen luttele seconden tot verder spelen. Het was net iets minder .gek dan zijn doofheid voor wat er van de tribunes werd geschreeuwd en zijn blindheid voor wat er van de tribunes werd gegooid.

„Ik had rijk kunnen worden als ik alles had opgeraapt. Pennen, aanstekers, noem maar op”, zei Richard Witschge na afloop. Hij was de gebeten hond in het stadion. Witschge heeft dit seizoen op een vervelende manier een keer of tien de bal hoog gehouden tijdens de heenwedstrijd en sindsdien concentreert zich de haat bij Feyenoord op alles wat naar Ajax ruikt vooral op hem en zijn moeder. „Ik hoor alles wel, maar het doet me niks”, zei de Ajacied, wiens broer Rob nog niet zo lang geleden kampioen werd met Feyenoord. „Ik vond echt dat Feyenoord goed speelde, ze waren agressiever dan wij, ze maakten het ons moeilijk. Daarmee ben ik bezig in het veld. Niet met het geschreeuw. Het gaat voor mij om de wedstrijd zelf. Pas toen JeanPaul van Gastel op mij natrapte, ben ik over hem heen gaan hangen en heb ik hem gezegd dat zulke dingen niet mogen.” Het is precies de cynische ironie in zijn laatste zin, die van Witschge in Rotterdam niet gepruimd wordt. Het incident waarop Witschge doelde, in de 86ste minuut ter hoogte van Feyenoords dug-out, deed de Kuip uit zijn voegen barsten. Bosvelt liep Witschge omver, die viel, Van Gastel kwam aanglijden en raakte de Amsterdammer vervolgens een beetje ongelukkig. „Ik heb hem volgens mij niet geraakt”, zei Jean-Paul van Gastel. En waarom zou hij de waarheid niet spreken? „Het zag er voor die Ajacieden spectaculair uit en dan ontstaat er even wat onvrede”, aldus de Feyenoorder. Niettemin had de glijpartij van Van Gastel een ordinair maar wel sensationeel opstootje tot gevolg.

Zoiets moet kunnen voorvallen in een duel tussen twee zogenoemde aartsrivalen. In de Kuip ligt dat anders. Oude wonden worden opengereten, frustraties komen tot uitbarsting, zelfs in de de business-units vallen er dan koffiekopjes van hun schoteltjes. Nog meer dan bij het doelpunt van Ronald de Boer, na een weergaloze een-twee met Jari Litmanen, werden de sluizen opengezet voor vele kubieke meters verbale bagger.
Op het veld begrijpen ze flapt niks van. Die haat gaat aan een jongen als Jean-Paul van Gastel geheel voorbij. „Het gaat maar om één ding: we hebbem verloren en wel op een erg zure manier. Dat is jammer.” „Feyenoord vediende beter”, zei Richard Witschge, terwijl hekken en politie hem van de opgefokte menigte scheidden. Achter de schermen is Feyenoord-Ajax nog net zo sportief als in 1953.